De bevrijding van Wirdum op 20 april 1945

Een ooggetuigenverslag van de toen 14 jarige Karel Kremer.

Hij woonde in het huis aan de Wirdumerweg nummer 15.

 

Wat aan de bevrijding voorafging.

Restanten van het Duitse leger hadden zich op diverse punten teruggetrokken na het optrekken van de Canadese troepen. Een flink aantal bruggen over het Eemskanaal en het Damsterdiep werden daarbij door de Duitsers opgeblazen. Aan de rand van ons dorp, langs de doorgaande weg naar Loppersum kwam een samengeraapt contingent Duitse soldaten te liggen. Canadese bevrijders zetten na de bevrijding van de stad Groningen hun opmars voort via de kleine dorpen richting Delfzijl en ondervonden daarbij weinig weerstand van de Duitsers. Op de avond van 19 april trok het bataljon Royal Winnipeg Rifles (van de derde Divisie) naar de dorpen Stedum en Loppersum. Het schieten met diverse wapens werd steeds duidelijker hoorbaar.

 

20 april ’s morgens

Duitse soldaten komen te voet ons streekje binnenlopen, slechts gewapend met geweren, een machinegeweer en twee op de schouders gedragen panzerfausten. Aan weerszijden van de huizen worden schuttersputten gegraven met een dekkingswal richting Loppersum. Twee Duitse panzerfausten installeren zich bij de boerderij van Meeuwes, strategisch gezien een vooruitgeschoven post richting Loppersum. Een corpulente Duitser graaft een model schuttersput rechts van ons huis, hij oogt zenuwachtig, staat in zijn put met het geweer aan de schouder, richt naar Loppersum, maakt pang…pang…geluiden en gebaart naar mijn neefje en mij om achter hem weg te gaan. Links naast ons huis ligt een broodmagere oudere Duitser te slapen naast zijn inderhaast, kniediep gegraven putje dat voorzien is van een hoopje opgeworpen aarde als dekkingswal. Rond het middaguur komt met veel geschreeuw een etenswagen eten brengen voor de soldaten in deze ‘frontlinie’. De slapende soldaat wordt wakker geschopt door een jongere collega, maar hij hoeft geen eten en roept een verwensing naar de lachend weglopende soldaat. Hij kijkt in mijn richting en zegt: “Idioten die Leute”. Zijn rechter medestrijder komt terug met een stuk oud brood en een blik waterige soep. Mijn vader vroeg ze of ze met ons gezin wilden mee-eten. Waarschijnlijk door medelijden bewogen of door het weinig benijdenswaardige vooruitzicht van Duitsers rond ons huis. De magere man schudt zijn hoofd en wijst, met een glimp van dankbaarheid in zijn ogen, met zijn hand in de richting van zijn maagstreek. Hij heeft kennelijk buikklachten, gezien ook zijn veelvuldig bezoek aan onze wc. De corpulente Duitser aanvaardt dankbaar de uitnodiging en gaat mee aan tafel.”t smekt goed, smekt goed” complimenteert hij mijn moeder en lepelt flinke hoeveelheden naar binnen. Onderwijl voert hij hele gesprekken met vader. Hij wil zo gauw mogelijk weer terug naar zijn ‘Heimat’. Dat de ‘Krieg’ ten einde is weet hij wel heel zeker. Ik kan niet ontkomen aan een onheimelijk gevoel bij het zien van de tegenover mij zittende ‘vijand’ en heb argwanende gedachten over hoe hij misschien wel onze bevrijders gedood heeft.

 

piepjonge fanatieke Duitse soldaten

Er komt, omzichtig langs de huizen lopend, een Duitse soldaat die overal om burgerkleren vraagt. Hij wil aan het einde van de oorlog deserteren en als burger proberen te overleven. Niemand durft ze echter te geven, bang voor verraad. Twee nog piepjonge fanatieke Duitse soldaten, zwaar bewapend met om hun lichaam hangende patroongordels en handgranaten voelen zich blijkbaar heldhaftige strijders. Met veel branie en gelach brengen ze een in het Maar liggende praam tot zinken. Een vijandelijk doel dat geen enkel nut heeft. Bij het aldaar braakliggende terrein naast het huis van mijn grootmoeder wordt later door het inzetten van foute Nederlanders een tijdelijk Canadees kerkhof gerealiseerd. Een soldaat zonder bewapening, met iets van een metalen schild onder zijn uniform loopt langs de huizen en praat met de ingegraven soldaten. Wellicht een aalmoezenier? Op vriendelijke toon, in verstaanbaar Nederlands, vraagt hij mij en mijn neefje of wij de achtergebleven dieren van buurman Heeres te eten willen geven. “Die arme dieren hebben geen eten”, zegt hij met bezorgde stem. De buren zijn gevlucht voor het naderend oorlogsgeweld en hebben de ramen uit de sponningen gehaald om ze te sparen. Wij kunnen daardoor gemakkelijk naar binnen om voer voor de geiten en de kippen te zoeken.

Lopster toren

 

Kanonvuur

Oprukkende Canadezen komen hoorbaar dichterbij, ratelend machinegeweer- en kanonvuur weerklinkt uit de buurt van Stedum. Boven het dorp cirkelt een Engels jachtvliegtuig, duikt een aantal keren naar beneden en brengt met ratelende vuurstoten een trein met munitie voor Delfzijl tot stilstand. Nog luider hoorbaar kanonvuur weerklinkt en plotseling zie ik brokstukken van de Lopster toren rondvliegen. Diverse keren is het raak, rookwolken van in brand geschoten huizen worden zichtbaar boven het dorp. In de richting van Zeerijp staat een boerderij in brand. De dikke Duitser is zenuwachtig in zijn schuttersput gedoken en ziet in zijn schootsveld wat er zich zoal afspeelt boven Loppersum. Op nieuw gebaart hij naar me dat ik achter hem weg moet gaan. Ik ben benieuwd naar het gedrag van de magere Duitser aan de andere kant. Hij is niet bij zijn schuttersput, maar leunt onverschillig tegen de muur van ons huis. de ene sigaret na de andere rokend kijkt hij emotieloos met uitgebluste blik naar het schieten op de toren. Plotseling, geheel onverwacht klinken vlakbij twee dreunende knallen van granaten die vier huizen van ons verwijderd zijn ingeslagen. Dat was schrikken….ik sta te trillen op mijn benen. Kort daarop komt een eerder geziene onderofficier op een gejatte splinternieuwe fiets langs de huizen en schreeuwt bevelen naar de op hun posten liggende soldaten. Meteen springt iedereen op en verlaat rennend de frontlinie, richting dorp en verder naar achteren. Als laatste zie ik de twee soldaten met hun gevaarlijk op de schouders wiebelende panzerfausten dezelfde kant op rennen.

Moest deze hele belachelijke, niets voorstellende opstelling aan de rand van ons dorp met zo weinig wapens een afschrikwekkende vertoning zijn tegen de komende Canadezen? Of was er zwaar dekkend geschut opgesteld van Duitsers die ver achter ons dorp lagen? Het is mij nooit duidelijk geworden. Zijn de uit het achterland afgevuurde granaten misschien het sein geweest voor de ingegraven soldaten om terug te trekken? Kennelijk waren ze erop voorbereid om geen verdedigende rol te spelen tegen de komende Canadezen. Het valt onder andere ook wel heel erg op dat de ladder uit onze schuur bij voorbaat is weggehaald. Die was over een sloot achter het huis neergelegd om zo snel mogelijk te kunnen vluchten. Heeft een met zendapparaat uitgeruste Duitser, verborgen in het koolzaadveld achter de boerderij van Meeuwes hierin misschien een rol gespeeld? Een bevel tot terugtrekking door het hoofdkwartier van de Duitsers? Het blijft een raadsel waar wellicht geen uitleg over bekend zal zijn.

 

Blindgangers

Het heftige schieten uit Loppersum is inmiddels teruggebracht tot korte mitrailleurschoten en geweervuur. Daarna blijft het stil, een rare gewaarwording na al het oorlogsrumoer. Boven het dorp hangen zwarte rookwolken. Nieuwsgierig ga ik op zoek naar waar de ontplofte granaten gevallen zijn. Er is één naast het laatste woonhuis ontploft, een gat van ongeveer tachtig bij tachtig centimeter, en er is één in het naastgelegen weiland terechtgekomen. Verder vind ik in een later stadium op twee plekken in het weiland in de grond verdwenen blindgangers. Ik wil weten of er nog Duitsers in het dorp aanwezig zijn en loop tot op ´de bult´, maar daar is geen Duitser meer te bekennen. Het begint al iets schemerig te worden als ik besluit naar huis te gaan. De bult afdalend hoor ik nu, na die onwezenlijke stilte, een vreemd nooit eerder waargenomen geluid uit de richting van Loppersum. Beneden aangekomen wordt het piepend en knarsend geluid zichtbaar tussen de boerderijen van Dijksterhuis en Helder. Het scherp, donker afgetekend silhouet in de vallende avond, van een langzaam naderende tank, gevolgd door meerdere gevechtsvoertuigen in colonne komt naderbij.

 

Er is geen schot gevallen

Dan ineens zich uit de colonne vrijmakende Canadese commando’s in tirailleur linie rennend naderend over de weilanden in de richting van ons dorp, af en toe dekking zoekend achter een slootwal. Wat een prachtig schouwspel,… om nooit te vergeten,… Op de achtergrond hun dekking gevende gevechtswagens, de tank met zijn kanonsloop dreigend op ons dorp gericht. De boerderij van Meeuwes wordt omsingeld, de rest van de groep komt over sloten springend, zwaar zwetend ons streekje binnen. Eén van de commando’s vergist zich in de breedte van de sloot en springt er, onder gelach van zijn makkers, middenin. In snel tempo wordt door twee soldaten iedere woning doorzocht, één beneden, de ander rent de trap op naar boven. Zo wordt het hele dorp in snel tempo doorzocht. Er is geen schot gevallen. Later worden op strategische punten achter het dorp versterkingen aangebracht. Veel tanks staan opgesteld bij Wirdum, Eenum, Loppersum en Zeerijp. De weg van Eenum naar Eekwerderdraai wordt door de tanks in puin gereden. Zwaar geschut wordt opgesteld in Loppersum en achter het landgoed Ekenstein, waarvandaan hevig vuur wordt afgegeven op Delfzijl en Emden. Ons huis wordt uitgezocht voor inkwartiering van een aantal soldaten met daarbij een radiozendontvanger.

Het wil nog steeds niet goed tot me doordringen,… “we zijn bevrijd”.

 

Als haringen in een ton

Een Canadees zit spiegeleieren te bakken achter het huis van Heeres. Geen Engels verstaand begrijp ik al gauw aan zijn gebaren naar mij en de gebakken eieren dat hij nog wel meer kan gebruiken. Op zoek gaande vind ik nog een aantal voor hem en hij beloont me met een dikke plak chocola. Wat een weelde. Moeder krijgt van een ingekwartierde Canadees een grote handvol echte thee. Hoe lang is dat geleden dit nu weer terug te zien en te mogen proeven. Vader heeft op aanraden van één der Canadezen in ons huis de kelder leeggemaakt om er met ons gezin de komende nacht door te brengen. Ook de buurman, die geen grote kelder heeft komt er nog bij met zijn vrouw en twee meisjes. Gelegen op beddengoed en voorzien van dekens, half zittend, half liggend, met negen personen als haringen in een ton. Vader bij het kelderraampje met naast hem een emmer met water, een emmer zand en een hakbijl. Van slapen komt vooreerst nog niet veel. Later helemaal niet meer als er vanuit richting Delfzijl granaten worden afgevuurd op de in het dorp Garrelsweer gelegen Canadezen. Boven onze hoofden is het een komen en gaan van in- en uitlopende soldaten. Een ordonnans op zijn motor rijdt af en aan met berichten, herhaaldelijk klinken luide gesprekken met stopwoord ‘Oké’ van de radiozendontvanger. De laag over ons huis afgeschoten gierende en fluitende granaten doen moeder, die in verwachting is van mijn jongste broer, bij ieder schot sidderen van angst. Gelukkig wordt Wirdum met zijn ingekwartierde Canadezen niet zoals Garrelsweer onder vuur genomen. Na het schieten val ik in slaap, na een onvergetelijke dag. In mijn slaap onsamenhangende door elkaar heen schietende beelden van een veelbewogen, om nooit meer te vergeten, zeer lange dag. ’s Morgens nog onder de bezetter, ’s avonds bevrijd…

 

Voltreffer

Vader brengt ons gezin de volgende dag uit veiligheidsoverwegingen naar familie in Loppersum, waar nog wel hevig geschoten wordt met zwaar houwitser geschut in de richting van Delfzijl en Emden. Nog zwaarder geschut wordt in stelling gebracht naast de boerderij van Helder. Gericht vuur op Emden gepaard gaande met ontzettend dreunende knallen, maar of het erg succesvol is geweest weet ik niet. Na ieder afgevuurd schot zakte het geschut diep weg in de drassige bodem. Waarschijnlijk als reactie op de zware beschietingen van Delfzijl wordt van daaruit teruggeschoten, ook in de richting van ons dorp. De boerderij van vroegere boer Bosker krijgt een voltreffer en brand tot de grond toe af, ook in de wei lopend vee wordt gedood. De hervormde kerk van Wirdum krijgt een voltreffer, maar vliegt gelukkig niet in brand. Ook het woonhuis van fruitkweker Dijksterhuis krijgt een voltreffer, raakt niet in brand maar had wel een dodelijk getroffen, ouder ziek te bed liggend familielid tot gevolg.