Ons Dorp

Ons dorp

Waar zijn de boerenmeid en boderijder gebleven? Wie heeft nu nog gehoord van vlastrekker? Veel van deze oude ambachten en beroepen zijn in de loop van de twintigste eeuw verdwenen. Aan de hand van sfeervolle foto’s uit de collectie van Henk de Wilde laten we in Ons dorp een bijzonder beeld zien van een tijd en een manier van werken in Wirdum die voorbij is. Deze stukken komen uit de rubriek Ons dorp uit de Rondom Wirdum, de dorpskrant. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen of ze voor het eerst wil lezen: veel lees en kijkplezier!

De redactie van Rondom Wirdum

De varkensboer

Op de foto staat varkenshouder Huistra die aan de Eekwerdermeedenweg 1 zijn bedrijf had. Een unieke foto want de zwartbonte varkens, beter bekend als de Bonte Bentheimer,  waren 25 jaar geleden bijna uitgestorven. Het Duitse Bentheim, Cloppenburg en Wettringen zijn het oorsprongsgebied van de Bonte Bentheimer. Begin 1800 was men in Noord-Duitsland niet tevreden over hun huisvarkens. Als de boeren vroeger een varken slachtten ging het erom wie de meeste spek had. Daarom kruisten de fokkers het Marschschwein met Engelse beren. Tot de jaren ‘50 van de vorige eeuw was de Bonte Bentheimer een veel voorkomend ras. Toen stokte de populariteit. Het varken heeft namelijk de aanleg om vet in het vlees te hebben en in deze periode moest er juist zo weinig mogelijk spek aan het vlees zitten. Sinds twintig jaar beleeft het Bonte Bentheimer varken echter weer een bloeiperiode. Vele eigenschappen maken de Bonte Bentheimer tot een ras wat in stand moet worden gehouden: de vleeskwaliteit, robuustheid, vitaliteit, vriendelijkheid en moedereigenschappen.

Het varken is altijd een vaste bewoner van boerenbedrijven geweest. Een beetje boer had vijf of zes varkens. Varkens waren natuurlijk leveranciers van spek en vlees, maar ze ploegden ook de akkers om en zorgden voor bemesting van grond. Varkens waren ook geen dure kostganger; ze verwerkten al het afval en de bijproducten van de boerderij. Vroeger bevatte het voer ook koper, omdat koper de groei van schadelijke bacteriën remt waardoor de varkens beter groeiden. Later is het koper vervangen door antibiotica. Als de varkens vet genoeg waren werden de varkens nog op de boerderij geslacht.  Alles werd gebruikt. Met de ogen kon je knikkeren, de darmen werden gebruikt om er worst  van te maken. De hammen werden gedroogd en in de kelder opgehangen.  Ook de varkensstal maakte een grote ontwikkeling door. Vroeger gebruikte men een hoek op het achterhuis dat uit enkele planken was getimmerd.  In de jaren ’60 werd er begonnen met het houden van varkens in aparte stukken stal, of men bouwde zelfs een aparte stal zoals bij Huistra het geval was. Toen de roostervloer zijn intrede deed werd het mogelijk om veel meer dieren te houden die ook nog eens veel zuiverder te houden waren.

De melkboer

Een foto uit de jaren vijftig met melkboer Hendrik Pentinga. Hij fietst hier op de Wirdumerweg die toen nog zonder tussenkomst van de N346 van de Wirdumerdraai tot in Wirdum liep. Melle de Jong was eerst melkboer. Hij woonde bij de familie Pentinga in. Toen hij ziek werd nam Hendrik het over. Pentinga had een bakfiets waarmee hij melk uitventte. Melk werd met een kraantje getapt en zoepenbrij (‘zoepen’ is het Groningse woord voor ‘karnemelk’) werd met een litermaat uit de melkbus gehaald. In het kastje op de bakfiets zat boter. 

De melkboer stond vroeg op. Op de fiets ging je langs de boeren om melk te halen. Vaak ook op zondag, want de mensen wilden elke dag verse zuivel en een koelkast had toen niemand. Wat overbleef van de verkoop, werd direct gekarnd. De karn was een vierkante ton. Door aan een hengsel te draaien werd een spaan met daarin gaten in beweging gebracht en de melk ‘gekarnd’. Na twintig minuten was er een dikke laag boter gevormd bovenop de melk. Dat werd er met een schuimspaan afgehaald. Door de rest van de melk nog eens twintig minuten door te roeren ontstond er karnemelk. Als je dan nog warm water toevoegde voorkwam je verzuring. 

In Wirdum klinkt nog steeds het luiden van de zoepenbrijklok. Wanneer vroeger rond twaalven de klok klonk, was het tijd voor het middageten en dat heette de zoepenbrijklok.  In die tijd bestond vrijwel elke maaltijd uit zoepenbrij. Brood was voor de gewone man nauwelijks te betalen. Je begon 's morgens vroeg met roggebrood en zoepenbrij, om twaalf uur kreeg je dan stamppot met zoepenbrij toe en 's avonds weer zoepenbrij en opgewarmd eten.

De overheid legde in de loop van de twintigste eeuw steeds meer regels op om de gezondheid en de kwaliteit van de melk te waarborgen. Melk bleek namelijk de veroorzaker van veel epidemieën (tyfus, difterie, tbc) door de slechte hygiëne op de boerderijen en in de melkwinkel. In 1925 werd de melkkeuring verplicht. De Zuivelwet van 1932 regelde het vaststellen van de melkprijzen, stelde eisen aan de vakbekwaamheid van de melkboer en introduceerde een uitgebreid stelsel van vergunningen met premies voor een hygiënische bedrijfsvoering. In 1935 kwam er een ventverbod voor de zondag. De melkwijk werd overgenomen door Paul Hofstede uit Tjamsweer. Hij kwam dagelijks met een bestelwagen met zuivelproducten. Toen Hofstede stopte met de verkoop van melk en aanverwante artikelen kwam er dagelijks de rijdende winkel van bakker Spithorst uit Garrelsweer en in Wirdum, waar toen nog veel gebruik van werd gemaakt.

 

De Boderijder

Op de foto, genomen rond 1920 - 1925 staan bode Noordewier met zijn paard en wagen en rechts van hem Antje Noordewier. De eerste boderijders in Wirdum waren Noordewier (Fromaweg 14) en Groen (Pruimlaan 6). Eeuwenlang waren de wegen in Groningen, slecht begaanbaar. Het waren klei- of zandwegen, die een deel van het jaar herschapen werden in bijna onberijdbare modderpoelen. Alleen in de dorpen en steden had men een bestrating. Noordewier kwam met zijn paard en wagen niet verder dan Loppersum en Appingedam. Groen had eerst een snik en vervoerde zijn goederen over het water als beurtschipper. Toen de mobiliteit toenam heeft hij een vrachtauto aangeschaft om de goederen naar Groningen te brengen. Toen Groen in 1935 stopte heeft Hartog het boderijden overgenomen. 

 

Twee keer per week reed hij met de 6 tons Chevrolet vrachtauto naar het Bodeterrein in Groningen waar allerhande stukgoederen werden gelost en geladen voor de inwoners van Wirdum. Wirdum had in die jaren een enorme bedrijvigheid waarvoor goederen naar Groningen moesten worden gebracht of uit Groningen worden gehaald. Hartog had het verzamelpunt van eieren, die werden afgeleverd bij de coöperatie in Groningen. Daarnaast werden lege zuurstofflessen voor scheepswerf Apol naar Groningen gebracht om ze daar weer met zuurstof te vullen. De lege koektrommels van de bakkers gingen terug naar de leveranciers om ze van nieuwe koekjes te voorzien. Vanuit Groningen werden goederen  naar Wirdum vervoerd, zoals zakken meel en rozijnen voor de bakkers, hoefijzers voor de smid en schoenen voor de schoenlapper.  Naast het boderijden werd veel werk verzet voor de boeren, zoals het vervoeren van granen, kunstmest en aardappels. Ook verhuizingen werden met de Chevrolet gedaan. Als klein jongetje ging zoon Henk met vader mee om te helpen met laden en lossen van de goederen. Na het behalen van zijn rijbewijs nam hij een groot deel van de werkzaamheden over. Na de pensionering van pa nam hij het bedrijf over. Doordat veel bedrijven na de oorlog eigen vrachtauto’s gingen inzetten om hun producten bij hun klanten af te leveren verdween langzamerhand de functie van de boderijder. De werkzaamheden in de agrarische sector werden in de jaren 70 de hoofdmoot voor het transportbedrijf. Inmiddels had kleinzoon Jan in de jaren 80 zijn ‘groot’ rijbewijs behaald waardoor hij de familietraditie kon voortzetten. Het bedrijf werd vaste vervoerder voor de Aankoop Centrale Groningen. Hiervoor werden granen, diervoerders en kunstmest vervoerd. Door het afnemen van het aantal boeren kwam aan deze werkzaamheden in 1998 een eind. Jan vervoert sindsdien met z’n 410 pk truck en z’n 30 tons trailer stukgoederen in de Benelux en Duitsland.

De Vlastrekker

Op deze foto hieronder uit 1925 staan vlastrekkers bij Steenhuis - Geertsema.

Tot 1970 werd in de provincie Groningen veel vlas verbouwd. Het zaad van vlas is lijnzaad. Vroeger gebruikte men nog niet veel kunstmest. De vruchtbaarheid van het land werd vergroot door vruchtwisseling. De verbouw van vlinderbloemigen, (zoals erwten, bonen en klaver) en vlas, gewassen die weinig stikstof vroegen, werd afgewisseld met de teelt van bieten en aardappelen, gewassen die meer stikstof nodig hadden. Granen, zoals tarwe, haver en gerst behoorden, wat de bemesting betrof, tot de middengroep. 

In maart werd het vlas gezaaid en kort nadat het vlas opgekomen was werd begonnen met het wieden. De zaadonkruiden werden weggeplukt en onkruid werd met een mesje weggestoken. Wanneer de weersomstandigheden het toelieten, werd het wieden herhaald bij een vlashoogte van 15 cm. Ook bij de oogst, rond half juli, waren veel arbeiders nodig. Het vlas werd met de hand getrokken. Het vlastrekken werd gedaan in koppels van 25 tot 40 personen en zoals op de foto is te zien door mannen, vrouwen kinderen. 

Elk persoon (of gezin) bepaalde de breedte van het stuk wat je dacht aan te kunnen. Meestal trokken de mannen het vlas en bonden de vrouwen en kinderen het vlas in schoven. Een schoof werd gemaakt van drie volle handen vlas. Je werd per schoof betaald. 

In de wintermaanden werd het vlas gerepeld, het verwijderen van de zaadbolsters en het kammen van het vlas. Uit het lijnzaad werd olie geperst en gebruikt voor verf. Het vlas werd geschikt gemaakt voor het spinnen van fijne garens die geweven werden tot doek en na bleking gaf dit linnen. Voor de werkgelegenheid was de teelt van vlas jarenlang zeer belangrijk. In de jaren vijftig ging men over tot het gebruik van onkruidverdelgers. Er kwamen vlasplukmachines en toen er steeds minder landarbeiders beschikbaar waren, werd ook overgegaan op machinaal repelen. Na 1960 nam de teelt van vlas af en werd er op het Groninger land vrijwel geen vlas meer verbouwd

 

Bovenste rij van links naar rechts; Marie Bolt, Aaltje van Heuveln, vr Schutter, Jan Oskamp, vr Oskamp, Harm Kort, vr Kort, vr Bos, Geert Bos. Tweede rij; Aaltje Schaaphok, Tjitske/Annie de Jong, Gini de Wilde, Rika Huizinga, Aaltje Wilderman, Geertje Hagelvlag, Hindrikje van Heuveln. Derde rij; Tinus Schaaphok, Aaldrik de Wilde, Piet Huttema, Dienko Blaauw, Paul Schilthuis, Antje Wals, Roelf Wals, …, Fré Harmanni (met pet), …. .

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

09.02 | 21:14
Oliebollen bakken heeft ontvangen 3
09.02 | 21:14
Kerstdiner 60+ heeft ontvangen 4
09.02 | 21:14
Mooi Wirdum heeft ontvangen 2
07.01 | 21:34
Activiteiten heeft ontvangen 1
Je vindt deze pagina leuk